Taal gebruiken wij niet alleen in de taalles. Wij oefenen taal ook bij andere vakken, zoals koken, techniek, burgerschap en stage. Zo leren leerlingen hoe je taal gebruikt op het werk, thuis of in de vrije tijd. Alle onderdelen van taal horen bij elkaar. Zo leren onze leerlingen wat zij nodig hebben voor later, om mee te kunnen doen en zichzelf te laten horen. Wij oefenen met: 

  • Praten en luisteren: goed luisteren, iets vertellen en praten met anderen in gewone situaties; 
  • Lezen: leren lezen wat je nodig hebt én plezier krijgen in lezen; 
  • Schrijven: leren schrijven wat je nodig hebt én leren schrijven over je gevoelens en gedachten; 
  • Woorden en zinnen: nieuwe woorden leren en goed leren hoe je een zin maakt, zodat anderen je begrijpen.